Staatsmijn Beatrix

Op zoek naar delfstoffen werden begin 1900 verschillende proefboringen in het Meinweggebied gedaan. Men trof kolenlagen aan, maar tot ontginning is het nooit gekomen. In 1948 keurde de gemeenteraad van Melick-Herkenbosch en gedeputeerde staten van Limburg het besluit goed waarin het Meinweggebied voortaan de bestemming kreeg van natuurgebied. Ondanks deze bestemming ging de aantasting van het gebied na de oorlog in versneld tempo door. In 1953 werden de laatste proefboringen uitgevoerd, waarna in 1954 werd begonnen met de aanleg van schachten. Dit had grote invloed op de omgeving. Zo werd een deel van de dikspoeling, die hierbij vrij kwam, gedeponeerd in het gebied ten oosten van de Herkenboscherbaan. Over het algemeen heeft deze steen- en modderlaag een dikte van ongeveer twee meter. Hierdoor werd op deze plaats het oorspronkelijke landschap geheel verwoest. Meer schade veroorzaakte echter het water, dat bij de boringen werd gebruikt. Bij verschillende damdoorbraken stroomde dit met klei en zout verrijkte water op drie plaatsen langs de oostelijke steilwand naar beneden. Op deze manier vond er in een gebied onder aan de helling afzetting van klei plaats, die thans nog als een laag in een groot deel van de slenk langs het hoogterras aanwezig is.

In 1962 werden de werkzaamheden op de staatsmijn Beatrix stopgezet. De schachttorens werden opgeruimd en de schachten afgedicht. Het terrein van de mijn werd in 1969 in gebruik genomen door Afcent, waarna de nu bekende antenne-installaties op het hoogterras verschenen. Ten oosten van de Zandbergen noordelijk van de spoorlijn werd (1955) door de staatsmijnen een waterpompstation gebouwd, dat na de mijnsluiting is overgedragen aan de waterleidingmaatschappij. Met de komst van verschillende industrieterreinen (Roermond, Melick en Herkenbosch) was in 1964 het lot van de Melickerheide bezegeld en verdween deze geheel. Westelijk van de Zandbergen restte alleen nog een naaldbosgebied. In 1965 werden sportterreinen en het zwembad bij de Bayekuil overgenomen door een grote beleggingsmaatschappij. In de jaren zeventig begon men met de uitbreiding door de bouw van vakantiebungalows. Het gebied ten zuiden van de spoorlijnlijn kwam daardoor duidelijk in het teken van recreatie te staan.

Een deel van het Beatrixplateau is thans binnen het nationaal park opgenomen. Het plateau heeft grote betekenis als rustgebied voor trekkende kraanvogels. Het plateau is nu ook opgenomen in een grotere begrazingseenheid.